hora ruit; hora est

Bel ons

0548 622 461

Opbouw en duur WW

Opbouw en duur WW verandert per 1 januari 2016

Per 1 januari 2016 wijzigt de opbouw en duur van de verlengde WW-uitkering. De opbouw en duur van de basisuitkering blijft gelijk. Een werknemer die in de 36 weken voorafgaand aan de werkloosheid minimaal 26 weken heeft gewerkt, blijft dus recht behouden op drie maanden basisuitkering.

Echter, voor de werkloze werknemer die daarnaast voldoet aan de eis dat hij of zij in de 5 kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarin werkloosheid is ontstaan minimaal 4 kalenderjaren heeft voldaan aan de arbeidsverleden eis wijzigt de opbouw en duur van de WW-uitkering.

Opbouw WW-uitkering

De opbouw van de WW-uitkering is tot 1 januari 2016 voor ieder jaar arbeidsverleden één maand uitkering. Vanaf 1 januari  2016 geldt voor de eerste 10 jaar nog steeds dat voor ieder jaar arbeidsverleden één maand WW-uitkering wordt opgebouwd. Echter, vanaf 1 januari 2016 wordt voor de periode daarna nog slechts een halve maand uitkering opgebouwd voor ieder jaar arbeidsverleden.

Duur WW-uitkering

De WW-uitkering duurt tot 1 januari 2016 maximaal 38 maanden. Het maximum wordt vanaf 1 januari 2016 tot 1 april 2019 stapsgewijs, te weten met één maand per kwartaal, afgebouwd naar 24 maanden. Op deze manier zal op termijn na 38 jaar werken de maximumduur van 24 maanden worden bereikt, terwijl tot 1 januari 2016 al na 24 jaar een uitkeringsduur van 24 maanden is bereikt.

Maximum duur WW-uitkering

Als op 1 januari 2016 sprake is van een arbeidsverleden van 24 jaar of langer en dus sprake is van een potentiële uitkeringsduur van 24 maanden dan vindt er daarna geen opbouw meer plaats, omdat het maximum is bereikt. Reeds vóór 1 januari 2016 opgebouwde WW-rechten wordt gerespecteerd, behalve wanneer de werknemer na 1 januari 2016 aanspraak heeft op een WW-uitkering van langer dan 24 maanden.

Afbouw maximum duur WW-uitkering

De maximale duur van de WW-uitkering, te weten 38 maanden, wordt vanaf 1 januari 2016 met één maand per kwartaal afgebouwd. Als binnen de overgangsperiode van 1 januari 2016 tot 1 april 2019 een recht op een WW-uitkering ontstaat (dus niet in geval van herleving), waarbij wordt voldaan aan de 4 uit 5 arbeidsverledeneis en volgens de regels die tot 1 januari 2016 gelden langer dan 24 maanden recht bestaat op een WW-uitkering dan wordt de duur van de WW-uitkering berekend volgens de formule A – B.

Deze formule houdt in dat eerst het aantal jaren arbeidsverleden wordt bepaald dat de werknemer op 1 januari 2016 heeft opgebouwd volgens de regels zoals die tot 1 januari 2016 gelden. Dat is factor A. Als dit aantal hoger ligt dan 38 dan wordt A gesteld op 38.

Vervolgens wordt het aantal kalenderkwartalen berekend dat ligt tussen 1 januari 2016 en de dag waarop recht op een WW-uitkering ontstaat. Dat is factor B. Bij dit aantal kalenderkwartalen gaat het om het aantal reeds verstreken kwartalen vanaf 1 januari 2016 inclusief het lopende kwartaal waarin recht op de WW-uitkering ontstaat.

Een kalenderkwartaal begint op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van elk jaar. Als een werknemer recht heeft op een WW-uitkering per 1 juni 2016 dan bedraagt de B-factor dus 2. Het aantal reeds verstreken kwartalen is dan immers één, te weten het kwartaal dat begint met 1 januari 2016 en eindigt op 31 maart 2016. Verder dient het lopende kwartaal waarin recht op de WW-uitkering ontstaat meegenomen te worden, waardoor het totale aantal uitkomt op 2.

Het getal dat de uitkomst is van de formule is het aantal maanden dat de werknemer recht heeft op een WW-uitkering, waarbij geldt dat de uitkomst niet lager zal zijn dan 24. De duur wordt immers verkort tot het nieuwe maximum en dat is 24 maanden. Als op basis van de regels tot 1 januari 2016 recht bestaat op een WW-uitkering voor 24 maanden of langer zal de duur van de WW-uitkering dus nooit verder worden verkort dan tot 24 maanden.

Vanaf 1 april 2019 geldt voor iedere werknemer het maximum van 24 maanden. Tot die tijd kan het maximum hoger dan dat liggen.

Voorbeelden afbouw WW-uitkering

Als de werknemer op 1 januari 2016 bijvoorbeeld een arbeidsverleden heeft van 38 of meer brengt de formule mee dat de duur van de WW-uitkering als volgt wordt:

Januari 2016

37 maanden

April 2016

36 maanden

Juli 2016

35 maanden

Oktober 2016

34 maanden

Januari 2017

33 maanden

April 2017

32 maanden

Juli 2017

31 maanden

Oktober 2017

30 maanden

Januari 2018

29 maanden

April 2018

28 maanden

Juli 2018

27 maanden

Oktober 2018

26 maanden

Januari 2019

25 maanden

April 2019

24 maanden

 

Als de werknemer op 1 januari 2016 bijvoorbeeld een arbeidsverleden heeft van 34 brengt de formule mee dat de duur van de WW-uitkering als volgt wordt:

Januari 2016

33 maanden

April 2016

32 maanden

Juli 2016

31 maanden

Oktober 2016

30 maanden

Januari 2017

29 maanden

April 2017

28 maanden

Juli 2017

27 maanden

Oktober 2017

26 maanden

Januari 2018

25 maanden

April 2018

24 maanden

Juli 2018

24 maanden

Oktober 2018

24 maanden

Januari 2019

24 maanden

April 2019

24 maanden

Bepalen arbeidsverleden

Bij de beantwoording van de vraag of een jaar mag worden meegeteld als een jaar arbeidsverleden geldt dat tot 1 januari 1998 elk jaar mag worden meegeteld vanaf het kalenderjaar waarin de werknemer achttien werd. Hiervoor is dus niet relevant of de werknemer in het betreffende kalenderjaar salaris heeft ontvangen of niet.

Vanaf 1 januari 1998 tot 1 januari 2013 mogen slechts de kalenderjaren worden meegeteld waarin over minimaal 52 dagen salaris is ontvangen. Vanaf 1 januari 2013 is sprake van een jaar arbeidsverleden als in het betreffende kalenderjaar over minimaal 208 uren salaris is ontvangen.

Voorbeelden arbeidsverleden

Voorbeeld opbouw hele maand per jaar arbeidsverleden

Een werknemer die is geboren in 1988 wordt werkloos op 1 januari 2017. De werknemer heeft vanaf 1 januari 2010 steeds full-time werkzaamheden verricht als werknemer en daarvoor ook salaris ontvangen. De duur van de WW-uitkering voor deze werknemer is dan als volgt.

Tot 1 januari 1998 mag elk jaar worden meegeteld vanaf het kalenderjaar waarin de werknemer achttien werd. In dit geval is de werknemer na 1 januari 1998 achttien jaar geworden. Het aantal jaren tot 1998 is dus 0. De werknemer heeft vanaf 1 januari 2010 tot 1 januari 2013 steeds over minimaal 52 dagen salaris ontvangen en vanaf 1 januari 2013 tot 1 januari 2016 steeds over minimaal 208 uren salaris ontvangen. Het aantal jaren van 2010 tot 2016 is dus 6. Het totale arbeidsverleden was op 1 januari 2016 dus 6.

Omdat dit minder is dan 24 maanden is, is geen sprake van afbouw. De WW-rechten die tot 1 januari 2016 zijn opgebouwd worden gerespecteerd. Omdat sprake is van een arbeidsverleden korter dan 10 jaar telt het jaar na 1 januari 2016 mee voor een hele maand. De maximale duur van de WW-uitkering komt hiermee uit op 7 maanden.

Voorbeeld opbouw halve maand per jaar arbeidsverleden

Een werknemer die is geboren in 1976 wordt werkloos op 1 januari 2017. De werknemer heeft vanaf 1 januari 1998 steeds full-time werkzaamheden verricht als werknemer en daarvoor ook salaris ontvangen. De duur van de WW-uitkering voor deze werknemer is dan als volgt.

Tot 1 januari 1998 mag elk jaar worden meegeteld vanaf het kalenderjaar waarin de werknemer achttien werd. In dit geval is de werknemer in 1994 achttien jaar geworden. Het aantal jaren van 1994 tot 1998 is dus 4. De werknemer heeft vanaf 1 januari 1998 tot 1 januari 2013 steeds over minimaal 52 dagen salaris ontvangen en vanaf 1 januari 2013 tot 1 januari 2016 steeds over minimaal 208 uren salaris ontvangen. Het aantal jaren van 1998 tot 2016 is dus 18. Het totale arbeidsverleden was op 1 januari 2016 dus 18 vermeerderd met 4 ofwel 22.

Omdat dit minder is dan 24 maanden is, is geen sprake van afbouw. Aan de WW-rechten die tot 1 januari 2016 zijn opgebouwd wordt niet getornd. Omdat sprake is van een arbeidsverleden langer dan 10 jaar telt het jaar na 1 januari 2016 mee voor een halve maand. De maximale duur van de WW-uitkering komt hiermee uit op 22½.

Voorbeeld geleidelijke afbouw

Een werknemer die is geboren in 1958 wordt werkloos op 1 januari 2017. De werknemer heeft vanaf 1 januari 1998 steeds full-time werkzaamheden verricht als werknemer en daarvoor ook salaris ontvangen. De duur van de WW-uitkering voor deze werknemer is dan als volgt.

Tot 1 januari 1998 mag elk jaar worden meegeteld vanaf het kalenderjaar waarin de werknemer achttien werd. In dit geval is de werknemer in 1976 achttien jaar geworden. Het aantal jaren van 1976 tot 1998 is dus 22. De werknemer heeft vanaf 1 januari 1998 tot 1 januari 2013 steeds over minimaal 52 dagen salaris ontvangen en vanaf 1 januari 2013 tot 1 januari 2016 steeds over minimaal 208 uren salaris ontvangen. Het aantal jaren van 1998 tot 2016 is dus 18. Het totale arbeidsverleden was op 1 januari 2016 dus 18 vermeerderd met 22 ofwel 40.

De A-factor is dus 40. Omdat dit hoger is dan 38 wordt de A-factor op 38 gesteld. Het aantal kalenderkwartalen dat op 1 januari 2017 is verstreken is 4. Daar komt bij het kwartaal waarin de werknemer werkloos is geworden. In totaal komt dit dus neer op 5. Dit brengt mee dat de werknemer volgens de formule recht op een maximale WW-duur van 38 min 5 ofwel 33 maanden. Omdat dit meer dan 24 maanden is, is dit ook de daadwerkelijke maximale duur.

Voorbeeld geen geleidelijke afbouw meer

Een werknemer die is geboren in 1962 wordt werkloos op 1 januari 2019. De werknemer heeft vanaf 1 januari 1998 steeds full-time werkzaamheden verricht als werknemer en daarvoor ook salaris ontvangen. De duur van de WW-uitkering voor deze werknemer is dan als volgt.

Tot 1 januari 1998 mag elk jaar worden meegeteld vanaf het kalenderjaar waarin de werknemer achttien werd. In dit geval is de werknemer in 1980 achttien jaar geworden. Het aantal jaren van 1980 tot 1998 is dus 18. De werknemer heeft vanaf 1 januari 1998 tot 1 januari 2013 steeds over minimaal 52 dagen salaris ontvangen en vanaf 1 januari 2013 tot 1 januari 2016 steeds over minimaal 208 uren salaris ontvangen. Het aantal jaren van 1998 tot 2016 is dus 18. Het totale arbeidsverleden was op 1 januari 2016 dus 18 vermeerderd met 18 ofwel 36.

De A-factor is dus 36. Het aantal kalenderkwartalen dat op 1 januari 2019 is verstreken is 12. Daar komt bij het kwartaal waarin de werknemer werkloos is geworden. In totaal komt dit dus neer op 13. Dit brengt mee dat de werknemer volgens de formule recht heeft op een maximale WW-duur van 36 min 13 ofwel 23 maanden. Omdat de WW-uitkering maximaal wordt verkort tot 24 maanden is de daadwerkelijke maximale duur 24 maanden.

Voorbeeld nieuwe WW-uitkering voor werknemer met oud WW-recht

Een werknemer krijgt op 1 oktober 2015 recht op een WW-uitkering voor de duur van 38 maanden. Op 1 november 2015 hervat deze werknemer het werk, waardoor het recht op een WW-uitkering eindigt. De resterende uitkeringsduur is op dat moment 37 maanden. Met ingang van 1 mei 2016 wordt deze werknemer weer werkloos. Omdat de werknemer dan zes maanden heeft gewerkt, ontstaat een nieuw recht op een WW-uitkering. De duur daarvan wordt bepaald conform het recht vanaf 1 januari 2016.

Op basis van de wettelijke bepalingen tot 1 januari 2016 zou de werknemer op 1 januari 2016 recht hebben op een WW-uitkering voor 38 maanden. Hierop komt in mindering het verstreken kalenderkwartaal van 1 januari 2016 tot 1 april 2016 en het kwartaal waarin de werknemer wederom werkloos is geworden. De duur van de WW-uitkering bedraagt dus 36 maanden.

Voorbeeld herleving WW-uitkering voor werknemer met oud WW-recht

Een werknemer krijgt op 1 oktober 2015 recht op een WW-uitkering voor de duur van 38 maanden. Op 1 november 2015 hervat deze werknemer het werk, waardoor het recht op een WW-uitkering eindigt. De resterende uitkeringsduur is op dat moment 37 maanden. Met ingang van 1 april 2016 wordt deze werknemer weer werkloos. Omdat de werknemer dan vijf maanden en dus minder dan zes maanden heeft gewerkt, ontstaat geen nieuw recht op een WW-uitkering, maar herleeft het oude WW-recht. De duur daarvan bedraagt dan nog 37 maanden.

Afwijken bij CAO

In cao's kunnen afspraken worden gemaakt om de duur van de WW-uitkering terug te brengen naar 38 maanden.

Hoogte WW-uitkering

De hoogte van het percentage dat de werknemer ontvangt aan WW-uitkering blijft gelijk. De eerste twee maanden heeft de werknemer aanspraak op een uitkering van 75% en daarna 70%, waarbij steeds geldt dat de WW-uitkering niet meer bedraagt dan 75% respectievelijk 70% van het maximum dagloon.

Tijdstip inwerkingtreding

De nieuwe regels voor de opbouw en duur van de WW-uitkering gelden voor werknemers die op of na 1 januari 2016 werkloos worden. Voor werknemers die vóór 1 januari 2016 al een WW-uitkering ontvingen, veranderen de regels niet. Dat kan anders zijn als er iets in hun situatie verandert. Na een werkhervatting van langer dan 6 maanden ontstaat namelijk een nieuw recht op WW. Dan wordt conform de vanaf 1 januari 2016 geldende WW-systematiek de maximale duur van de WW-uitkering bepaald.

Er kan ook een nieuw recht ontstaan, terwijl er niet voldaan wordt aan de 4 uit 5 jaar eis. In dat geval wordt de resterende duur van de WW op het moment dat het werk werd hervat wel doorgeschoven. Wanneer iemand na werkhervatting wederom werkloos wordt, maar niet voldoet aan de 26 uit 36 weken eis en dus geen nieuw recht ontstaat, herleeft het oude recht. Dan bepaalt de oude WW-systematiek de maximale duur van de WW-uitkering.

Andere wijzigingen WW-uitkering

Naast de opbouw en duur van de WW-uitkering vinden er andere wijzigingen plaats met betrekking tot de WW-uitkering. Met ingang van 1 juli 2015 zal namelijk eerder passende arbeid aanvaard dienen te worden en vindt vanaf de eerste werkloosheidsdag inkomensverrekening plaats.

 

(Bron: Arbeidsrechtadvocatenkantoor)

Grotestraat 244
7443 BV Nijverdal

Postbus 54
7440 AB Nijverdal

T 0548 622 461
F 0548 622 462
E info@rozendalincasso.nl